Overweging bij Ezechiël 33, 7-9 en Matteüs 18, 15-20

“Als de zondaar niet wil luisteren, niet naar jou en ook niet naar de hele gemeenschap, dan mag je hem buitengooien”; dat staat er zo ongeveer bij Matteüs. Het komt ons nogal cru over denk ik. Wij houden niet zo van buitensluiten. We zijn blij met iedereen die mee wil doen met onze kerk. Het is zelfs zo dat deze tekst in het evangelie van Matteüs wat uit de toon lijkt te vallen. Want daar is steeds sprake van een barmhartige God, en van vergeving. En dat Jezus vaak juist de omgang zocht met tollenaars en zondaars. Dat hij zei: “Ik ben gekomen om te redden wie verloren was” en “Wie zonder zonde is werpe de eerste steen” en “oordeel niet, of je zult zelf geoordeeld worden”. En dan hier in deze zo juridisch klinkende tekst ineens zo’n strenge Jezus? In een commentaar dat ik las wordt gezegd: lees de tekst niet als een protocol, als een procedure. Tegenwoordig wordt je doodgegooid met procedures. Maar zo is de Bijbeltekst niet bedoeld. Het gaat er de eerste christengemeenschap om dat degene die onrecht is aangedaan gehoord wordt. De inzet is: het herstel van de relatie. Daar moet binnen de gemeenschap alles voor uit de kast gehaald worden.

Op Witte Donderdag bracht ik de communie naar twee mensen in de gevangenis; een jongeman en een oudere man. De jonge man zat omdat zijn vrouw, een jonge moeder, gestolen had. Hij nam de schuld op zich zodat zijn vrouw voor het kind kon zorgen. Maar hij praatte de diefstal niet goed. Met de oudere man had ik het ook over stelen. Hij deed het voorkomen alsof dat niet zo erg was, als het maar om rijkere mensen ging. Doden, verkrachten, arme mensen bestelen: dat is pas verwerpelijk. Een soort Robin Hoodverhaal dus. Dat kon ik toch niet in meegaan. Voor onze kerk is bezit niet onaantastbaar. Je mag stelen als je honger hebt. En het gezin van deze man had honger, omdat er al een jaar geen uitkering binnenkwam. Het recht om bij honger voedsel te stelen wordt ook wel het broodje van Muskens genoemd, naar de bisschop van Breda die deze kwestie een aantal jaren geleden aankaartte. Maar, zegt de kerk: als iemand uit broodnood steelt moet dat een signaal zijn voor de gemeenschap dat er iets niet goed zit. Diverse mensen hebben er bij de Gemeente op aangedrongen de uitkering te herstellen, en dat is gelukkig uiteindelijk ook gebeurd. Maar diefstal is nooit goed. En een dief moet berecht worden. De straf was terecht.

Ik herinner me hoe een oudere dame uit deze gemeenschap in haar huis een jonge insluipster betrapte. Ze hield haar een hele tijd op de stoep voor haar huis in een houdgreep, totdat na een telefoontje van een voorbijganger de politie arriveerde. De dievegge mocht haar verdiende straf niet ontlopen. De oude dame kreeg een oorkonde van de overheid. Terecht. Ik ken nog een andere vrouw uit ons midden, die jarenlang actief was voor Slachtofferhulp. Een van haar activiteiten was het in contact brengen van daders en slachtoffers. De dader moet beseffen wat hij aangericht heeft. Het gaat vaak niet alleen om geld of goed. Een inbraak kan er ook toe leiden dat mensen zich niet meer veilig gaan voelen. Een schuldbekentenis en een vraag om vergeving werkt vaak helend voor dader én slachtoffer. Heel mooi werk is dat, als je die heling tot stand kunt brengen. Om dat herstel van de relaties is het ook Matteüs te doen.

We hoorden in de eerste lezing de profeet Ezechiël. Ook dat verhaal kan cru overkomen. Als een boosdoener zich niet bekeert, dan moet hij sterven. Dat staat er. Waar gaat het hier over? De profeet Ezechiël richt zich hier niet tot insluipers en dieven. Hij richt zich tot de leiders van Israël. In zijn ogen vertrouwen ze er teveel op dat Jeruzalem onneembaar is. Ze voeren een naïeve politiek ten aanzien van de vijandige buurlanden. Ezechiël vindt dat ze levensgevaarlijk bezig. Deze politiek, zegt hij, leidt tot de dood van de inwoners van de stad, en dus ook van haar leiders. Ze moeten uit hun ivoren toren komen en gaan onderhandelen met de vijand. Anders gaat het helemaal mis. Ze moeten de realiteit onder ogen zien en een ander beleid gaan voeren. God heeft het in de tekst niet alleen over de leiders. Hij richt zich ook tot de profeet en zegt: Ezechiël, je móet optreden, je moet proberen de leiders tot andere gedachten te brengen. Want anders ben je medeplichtig aan hun slechte beleid.

hansoldenhof2014Deze lezing past dus goed bij de tekst van Matteüs. God is barmhartig; Hij is uit op verzoening. Wij mensen zijn geschapen naar het beeld van God. En God is liefde. Maar God is geen watje. Hij roept ons, zijn kinderen, dus op om niet te slap om te gaan met onrecht en gevaar. Als je zeker weet dat er grote fouten worden gemaakt, en je houdt je mond, dan ben je medeschuldig aan wat er gebeurt. Er is dus werk aan de winkel. Denk alleen maar aan het anders omgaan met onze moeder aarde. De orkaan die Sint Maarten verwoestte was sterker dan normaal door de klimaatverandering. Een orkaan werd in het verleden afgeremd boven een koele zee. Maar als het zeewater warmer wordt gebeurt dat minder. De aarde, dus ook de zee, wordt steeds warmer, niet alleen door ons, maar ook door het beleid van onze leiders in politiek en economie. Het roer moet echt om. En het werken aan een duurzame wereld vraagt om een lange adem, en veel creativiteit. Moge God ons die geven.
© 3eenheidparochie 2012 - 2017          --- disclaimer --- ↑ Top