gezinsviering kerstHet is ieder jaar weer een feest om op kerstavond hier bij elkaar te komen rond het verhaal van de herders en de engelen, die op weg gaan naar het kind in de kribbe. De kinderen haalden het licht van het kerstkind uit de kerststal in de hal hier naar de kerk. Alle lichtjes staan nu op het altaar bij de icoon van kerstmis. Als je op deze manier het licht naar binnen draagt, dan wordt niet alleen de kerk mooier verlicht. Ik denk dat het bij iedereen zo is dat je ook van binnen voelt dat er meer licht schijnt. Het licht van de kerst verwarmt, maakt blij. We konden het al lezen voor op het boekje: dit is een vuur dat nooit meer dooft. Zo sterk is dit vuur, dit licht. Ik hoop dat jullie dat licht diep in je hart toelaat. En dat het vuur bij van binnen blijft branden. Het is het vuur van het geloof; het geloof dat je nooit alleen bent, dat God altijd met je mee gaat. Dat er altijd hoop is.

Vuur dat nooit meer dooft; dat is toch wel iets bijzonders. Als je thuis een kaars aansteekt, dan brandt die wel heel lang. Maar op een gegeven moment is de kaars echt op en gaat het vlammetje uit. Zit je toch in het donker. Zo kan het ook bij ons mensen van binnen zijn. Eerst zijn we van binnen vol vuur; we genieten van het leven, vinden alles mooi en zien overal lichtpuntjes, ook als het donker is. Maar soms doet het leven echt pijn; je kunt dingen meemaken waar je heel erg verdrietig van wordt. En als dat verdriet lang duurt, dan kan het echt lijken of dat vuur van binnen bij jou en andere mensen toch uit is gegaan. Ze kunnen in de kerk wel zeggen dat het vuur van het geloof nooit dooft en dat God altijd bij ons is en met ons meegaat. Maar ik hoor regelmatig van mensen die zeggen: ik heb zoveel nare dingen meegemaakt dat ik denk dat God mij vergeten is. Ik voel niet meer dat Hij bij mij is en mij troost en kracht geeft.

Wat moet je doen als je dat meemaakt? Wat doe ik zelf als ik dat meemaak? Want denk maar niet dat pastores altijd een directe verbinding met de hemel hebben. Dat is niet het geval. Soms heb ook ik het gevoel dat God heel ver weg is. Dat Hij me misschien wel in de steek gelaten heeft en dat ik helemaal op eigen kracht verder moet. Wat doe ik dan? Ik heb die icoon van kerstmis niet voor niets op het altaar gezet. Ik zet er nog een kleine icoon bij, van Jezus, maar dan als volwassen man. Eigenlijk kun je beter zeggen: Jezus als de Verrezene. Die kleine icoon heb ik op mijn werkkamer aan de muur gangen. Wat doe ik als ik het gevoel heb dat het vuur van mijn geloof diep van binnen heel zwak is geworden? Ik ga dan in een stoel voor deze icoon van Christus zitten, nadat ik eerst twee kaarsen heb aangestoken. Soms bid ik eerst de lofzang op de allerhoogste God, een gebed dat door Franciscus van Assisi is gemaakt. Want ook al heb je het gevoel dat God ver weg is: je moet altijd eer blijven brengen aan God. Dan kijk ik een hele tijd naar deze icoon; eerlijk gezegd is het na een tijdje andersom: ik krijg weer het gevoel dat Christus naar mij kijkt. Hoe kijkt Hij? Hij kijkt aandachtig. Ik heb in de gaten dat ik Hem geen verhaaltjes moet vertellen. Hij wil echt weten hoe het met mij is. Dat voel ik zo, en miljoenen mensen voor mij hebben dat zo ervaren. Daarom is het ook zo belangrijk dat kinderen leren bidden. Bidden is niet alleen wat zeggen tegen God. Je kunt pas leren bidden als je voelt dat er ruimte is, dat er aandacht is. Ook al lijkt God heel ver weg. Een icoon of iets anders van de kerk kan je helpen om toch ruimte te voelen voor je verhaal.

In de ruimte van het gebed, en ook hier in de kerk, bij het samen bidden, voel ik me veilig. En dan kan ik veel eerlijker en opener kijken naar mezelf: wat leeft er echt in mij? Waarom ben ik zo boos, of zo verdrietig? Wat heb ik meegemaakt en wat heeft dat met mij gedaan? Bidden is eigenlijk: wie je echt bent aan God laten zien. Dat kan, ook als je het gevoel hebt dat God heel ver weg is. Mijn ervaring is: juist als ik in mijn gebed God echt van binnenuit aanroep, en als ik eerlijk laat zien hoe ik eraan toe ben, dan weet ik al gauw dat God toch dichterbij is dan ik eerst dacht. Bidden kun je niet zomaar; dat moet je leren; dat moet je steeds weer oefenen. Daarom is het zo belangrijk dat we hier heel regelmatig als katholieke christenen samen te komen. Om eraan te wennen dat God dichtbij is, ook al kunnen we Hem niet zien of horen. Hij is dichtbij in het woord van de Bijbel en in de communie. En als we samen bidden wordt het makkelijker om te ervaren dat God dichtbij ons is hansoldenhof2014en altijd met ons meegaat.

Vanavond zijn wij ook hier samen. Er is heel veel licht hier op het altaar, heel veel liefde en warmte rondom de icoon van Kerstmis. We hoorden het verhaal uit de bijbel. Dat is het woord van God. We zullen straks de communie delen: dat is het teken dat Christus altijd naar ons toe komt en dat zijn heilige Geest in ons leeft. Christus is niet als Sinterklaas: Hij geeft ons niet altijd wat op ons verlanglijstje voor ons leven staat. Er kunnen allerlei dingen gebeuren waarvan we denken: waarom toch, God? Waarom moet mijn leven zo zijn? Daar kunnen we meestal geen antwoord op geven. God geeft ons ook niet zomaar het antwoord. Maar wat God ons wel kan geven is de kracht om er goed mee om te gaan. God kan ons troosten; God kan ons weer het gevoel geven: het is goed dat jij en ik bestaan. Ons leven is belangrijk, ook al is het lang niet altijd even gemakkelijk. Er is hier heel veel licht op het altaar. Laten we ernaar kijken. Laten we de warmte, de liefde van God op ons toelaten. Door zijn Zoon naar deze wereld te sturen heeft God een licht aangestoken dat nooit meer dooft. Laten we daarop steeds weer vertrouwen, wat er ook gebeurt. Amen.
© 3eenheidparochie 2012 - 2018          --- disclaimer --- ↑ Top