woord is vlees gewoordenOp 1e Kerstdag geen verhalen meer over engelen en herders. De lezingen van vandaag zijn poëtischer, abstracter, zo u wilt. Het gaat over het Woord van God dat in Christus is vleesgeworden. En dat zijn licht een afschaduwing is van Gods heerlijkheid. In het begin was het Woord bij God, en alles is door Hem geworden. Dat geldt dus ook voor ieder van ons. God sprak door Zijn woord: Ik roep jou en jou en jou in het leven. Ons leven is geen toeval. God heeft ons bestaan gewild. Wij komen uit liefde voort. Want God is liefde.

Jij en ik zijn niet dus voor het noodlot geboren. Ook al hebben we soms dat gevoel. Wij zijn, zoals de catechismus vroeger al zei, hier op aarde om hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn. Maar we krijgen dat geluk niet cadeau. We zijn kinderen van één Vader, maar zijn wel anders dan Christus. Want, zegt de tekst uit Johannes: “In Hem was leven, en dat leven was het licht van de mensen”. Maar vervolgens is er sprake van licht en duisternis. De duisternis nam het licht niet aan. Daar gaat het over ons, en over alle mensen. In ons is licht én duisternis, goed én kwaad, moed en lafheid, angst en hoop. Het evangelie vervolgt: wie het licht van Christus aanvaarden geeft Hij het vermogen om kinderen van God te worden.

Kind van God. Wat roepen die woorden bij u op? Ik associeer het met innerlijke vrijheid en met een blijvend vermogen om lief te hebben, door alles heen. Je blijft een kwetsbaar, beperkt, sterfelijk wezen. Maar jouw fundament, dat wat jou draagt, is van een andere orde. Je hebt het leren kennen. En je weet: wat er ook gebeurt, daar kan ik altijd op terug vallen. In tijden van grote beproevingen, en ook in het uur van onze dood. Juist het besef dat we gedragen worden door Gods liefde maakt ons vrij en creatief. Wat is het een kostbaar geschenk als je deze dragende kracht ontdekt.

Het kan zijn dat u dit mooie vrome woorden vindt. Het past goed bij de warme sfeer van deze dagen. Maar wat is het nog waard als de kerst voorbij is? Met de kerst is het veel drukker in de kerk dan anders. Ik probeer dat te begrijpen. Misschien is het omdat er dan iets hangt van de oude saamhorigheid en de sacrale, hemelse sfeer van vroeger. Als dat het geval is, dan zie ik dat niet enkel als jeugdsentiment. Samen zijn we oprecht op zoek naar houvast, naar een innerlijk fundament, naar licht in onze duisternis. Met de kerst lijkt dat in de kerk meer voelbaar dan anders. Daar komen we graag op af.

Hoe komt het dan dat Gods verborgen aanwezigheid voor velen minder voelbaar is op andere zondagen? Daar schrijven theologen tegenwoordig over. Erik Borgman bijvoorbeeld. In de parochie hebben we twee leesgroepen rond een boek van hem dat heet “Leven van wat komt, een katholiek uitzicht op de samenleving”. Ik ga dat boek hier niet samenvatten. Ik haal er alleen één gedachte uit die me aanspreekt. Borgman zegt interessante dingen over de tijd dat velen van ons jong waren, dus in de jaren rond en vlak na het Tweede Vaticaans Concilie. Het sleutelwoord was toen “aggiornamento”. Dat is een Italiaans woord dat “bij de tijd brengen” betekent. Borgman zegt dat er toen in Nederland grote fouten zijn gemaakt, van hoog tot laag in de kerk. We hadden net de tijd van het Rijke Roomse Leven achter de rug, met zijn schoonheid en saamhorigheid, maar ook met zijn sterke sociale controle. Dat wilden we niet meer. Van de weeromstuit hebben we tamelijk kritiekloos de moderne tijdgeest omhelst. We wilden modern zijn. Dat betekende dat we niet meer in sprookjes en irrationele dingen geloofden. Het geloof moest uitgelegd kunnen worden, begrijpbaar kunnen zijn. Het werd de gewoonte om zo met de bijbel om te gaan dat je er vooral een moraal in zocht, een aansporing om op een bepaalde manier te leven. En dan ook nog vooral als individu. Daarmee zijn we iets essentieels hansoldenhof2014kwijtgeraakt; iets dat onze voorouders nog konden.

Wat konden zij volgens mij? Als gemeenschap kritisch kijken naar de maatschappij, en daarnaast als gemeenschap én als individu een sterke band met God onderhouden. Onze voorouders konden nog van binnenuit zeggen: “Ik weet me door God tot een bepaalde taak geroepen”. Of: “Wat ik nu zie gebeuren kan niet toevallig zijn: daar zit Gods voorzienigheid achter”. Of: “Ik voel dat God mij kracht naar kruis geeft”. Stap voor stap heeft een grote geloofsverlegenheid zich van ons meester gemaakt. We nemen dit soort woorden nog wel in de mond, maar heel voorzichtig. Anderen mochten eens denken dat je het echt meent. En dan zijn we verbaasd dat de jonge generatie grotendeels afhaakt. Er is huiswerk te doen. We zullen met elkaar de taal van het geloof opnieuw moeten leren spreken: als taal van de ziel, als taal voor een relatie met God, een relatie die ons verstand ver te boven gaat. We zullen met elkaar de voor ons leven onmisbare waarde van riten en mythen opnieuw moeten ontdekken.
We hoeven daarbij niet bij begin te beginnen. Er is een rijke traditie om uit te putten. Het valt me op hoe jonge mensen onbevangen interesse kunnen tonen voor het katholieke geloof. Geen grote aantallen, zeker. Er is weinig kennis, maar er is ook geen erfelijke belasting. Geen haat-liefdeverhouding tot de kerk, geen behoefte om alles rationeel te begrijpen, geen behoefte om de kerk om te vormen naar onze eigen gedachten en als dat niet lukt haar dan maar te verlaten.

Samen zijn we oprecht op zoek naar houvast, naar een innerlijk fundament, naar licht in onze duisternis. Met de kerst lijkt dat in de kerk meer voelbaar dan anders. Daar komen we graag op af. Laten we dan dit licht toelaten in onze ziel. Laten we ook vieren dat de Geest van Christus heel de schepping doortrekt. Alles wat er aan goedheid is, aan waarheid en aan schoonheid, is door Hem ontstaan. Hij heeft het gewild. Christus wil zijn scheppingswerk ook in ons voortzetten. In Hem is Gods Woord vleesgeworden. En als wij Hem aanvaarden als de dragende kracht in ons leven, dan geeft hij ons het vermogen om kinderen van God te worden. Moge dat zo zijn.
© 3eenheidparochie 2012 - 2018          --- disclaimer --- ↑ Top