Over getuigen van je geloof: bij Handelingen 6, 8-10; 7, 54-60 en Matteüs 10, 17-22getuigenvanjegeloof

In de lezingen gaat het over martelaarschap. Vele christenen door de eeuwen heen zijn bereid geweest om hun leven op het spel te zetten, niet alleen omdat ze opkwamen voor een rechtvaardige zaak, maar ook omwille van het geloof zelf, dat ze trouw wilden blijven. In onze dagen komt dat ook veel voor. Organisaties als het katholieke Kerk In Nood en het protestantse Open Doors zetten zich bijvoorbeeld in voor vervolgde christenen. Open Doors schetst op zijn website kernachtig waar het bij christenvervolging om gaat. Het komt voor in meer dan vijftig landen, waaronder Noord-Korea, China, Iran, Afghanistan, Egypte en Nigeria. Soms vervolgt de overheid christenen. De regeringen van landen als Noord-Korea, Iran, Eritrea en Laos zijn bijvoorbeeld heel streng. Daar kun je gearresteerd, gemarteld en zelfs vermoord worden, in naam der wet. In veel moslimlanden is het juist de familie en mensen uit de omgeving van christenen die gevaarlijk kunnen zijn. Het is een grote schande voor moslimfamilies als iemand uit eigen kring christen wordt. Zij zetten een christelijk familielid onder grote druk om terug te keren tot de islam. Soms worden christenen uit huis gezet of juist opgesloten. Soms gaat de familie nog verder door iemand te bedreigen, te mishandelen of in het uiterste geval te doden.

Pas geleden was ik te gast op een Open Dag in een grote kantoorgebouw bij de markt in Nieuwegein, waar meer dan honderd statushouders wonen. Met een paar mensen heb ik daar uitvoerig gesproken, in het Engels en in het Nederlands. Er wordt vaak gedacht dat de meeste mensen die naar Europa zijn gevlucht moslim zijn. Maar dat klopt niet. Ongeveer de helft is christen. Ook meeste Eritreeërs in Nieuwegein zijn christen. Er is onlangs een gids uitgegeven waarin alle migrantenkerken staan in en om de stad Utrecht. Kerken dus, waar christenen die hier niet geboren zijn, in hun eigen taal en cultuur hun geloof kunnen beleven. Raad u eens hoeveel van die kerken er in en rond Utrecht zijn. 53. En dat zijn ze nog niet eens allemaal. 9 van die 53 gemeenschappen zijn rooms-katholiek. Ook zij vieren allemaal in deze dagen kerstmis.

Ik vertel dit allemaal omdat het me opvalt hoeveel het christelijk geloof voor deze erkende vluchtelingen betekent. Er kwam onlangs een boek uit, waarin gezegd wordt dat de migranten West Europa aan het herkerstenen zijn. Dat is wat sterk gezegd. Maar hun bestaan in ons midden is onmiskenbaar. In de migrantenkerken komen veel jonge mensen, en hun geloof is heel zelfbewust. Ze hebben zich als groep staande moeten houden in een afwijkende en vaak vijandige omgeving. Maar ze zijn niet defensief of angstig. Ze zijn juist vaak heel trots op hun geloof en hun kerk. En ze begrijpen niet waarom onze kerken zo vergrijzen.

Hoe meer ik met deze christenen praat, des te meer houden ze mij, en ik denk ook ons, een spiegel voor. Hoe kunnen wij, mensen die overwegend 60+ zijn, ons steentje bijdragen dat onze kerk hier ook over twintig jaar nog bestaat en mensen bezielt? Dus in de tijd dat wij dood en begraven zijn of zo oud dat we niet zo veel meer kunnen. Daar gaat het in alle gesprekken over vitalisering ook over.

hansoldenhof2014In onze parochie zijn twee leesgroepen, die samen een boek* lezen van Erik Borgman, een moderne theoloog. Hij is van mijn generatie. Hij zegt interessante dingen over de tijd dat de meesten van ons jong waren, dus in de jaren rond en vlak na het Tweede Vaticaans Concilie. Het sleutelwoord was toen “aggiornamento”. Dat is een Italiaans woord dat “bij de tijd brengen” betekent. Borgman zegt dat er toen in Nederland grote fouten zijn gemaakt, van hoog tot laag in de kerk. We hadden net de tijd van het Rijke Roomse Leven achter de rug, met zijn schoonheid en saamhorigheid, maar ook met zijn sterke sociale controle. Dat wilden we niet meer. Van de weeromstuit hebben we tamelijk kritiekloos de moderne tijdgeest omhelst. We wilden modern zijn. Dat betekende dat we niet meer in sprookjes en irrationele dingen geloofden. Het geloof moest uitgelegd kunnen worden, begrijpbaar kunnen zijn. Het werd de gewoonte om zo met de bijbel om te gaan dat je er vooral een moraal in zocht, een aansporing om op een bepaalde manier te leven. En dan ook nog vooral als individu. Daarmee zijn we iets essentieels kwijtgeraakt; iets dat onze voorouders nog konden.

Wat konden zij volgens mij? Als gemeenschap kritisch kijken naar de maatschappij, en als gemeenschap én als individu een sterke band met God onderhouden. Onze voorouders konden nog van binnenuit zeggen: “Ik voel me door God tot een bepaalde taak geroepen”. Of: “Wat ik nu zie gebeuren kan niet toevallig zijn: daar zit Gods voorzienigheid achter”. Of: “Ik voel dat God mij kracht naar kruis geeft”. Stap voor stap heeft een grote geloofsverlegenheid zich van ons meester gemaakt. En dan zijn we verbaasd dat de jonge generatie grotendeels afhaakt. Er is huiswerk te doen. We zullen met elkaar de taal van het geloof opnieuw moeten leren spreken: als taal van de ziel, als taal voor een relatie met God, die ons verstand ver te boven gaat. We zullen met elkaar de voor ons leven onmisbare waarde van riten en mythen opnieuw moeten ontdekken.

Ik had het over christenen die hierheen gevlucht zijn en nu samen gemeenschappen vormen, waarin zij hun geloof kunnen beleven en kunnen doorgeven, op een zelfbewuste en diepgelovige manier. Zij durven getuigenis af te leggen van hun geloof, net als Stephanus en de eerste christenen. Mogen zij ons vandaag tot inspiratiebron zijn.

*Erik Borgman, Leven van wat komt, een katholiek uitzicht op de samenleving
Uitg. Meinema, Utrecht 2017, 226 blz.
© 3eenheidparochie 2012 - 2018          --- disclaimer --- ↑ Top